Historie

“Merenwijk in een zandwoestijn”
Zo’n 10.000 jaar geleden, net na de laatste ijstijd, lag de Noordzee helemaal droog. Op de zandvlakte groeiden berken en dennen. Door de stijging van de temperatuur smolt het landijs. De Rijn en Maas, die toen bij Rotterdam uitkwamen, voerden grote hoeveelheden smeltwater af. In dit smeltwater zat veel grind, zand en klei, dat bij de monding bleef liggen. In het Noorden lag ter hoogte van Texel een grote stuwwal.

getijdegebied

“Merenwijk in zee”
Het klimaat werd steeds warmer, waardoor ook steeds meer ijskappen smolten. De Noordzee vulde de zandvlakte. Tussen 8000 en 4000 jaar geleden was West-Nederland een getijdengebied, een soort Waddenzee. Door eb en vloed veranderde het gebied constant en alles stond bij hoog water nog onder water. Dit zorgde voor de laag oude grijsblauwe zeeklei, die je op ongeveer 2 meter diepte tegen komt. Pas in de buurt van Utrecht en in het zuiden bij Rotterdam was moeras, met daarachter laagland met bossen. In deze streken leefden, zo’n zesduizend jaar geleden beren, elanden, oerossen en wolven.
In het getijdengebied ontstonden kwelders in de kustzone. Ze waren rijk aan watervogels. In de ondiepe kustwateren kwamen zeegrasvelden voor. En in de zoetwatergetijdengebieden ontstonden wilgenbossen. Landinwaarts lagen uitgestrekte laagveenmoerassen, waarin bijvoorbeeld berken, hazelaar, essen, elzen en populieren en uitgestrekte rietlanden voorkwamen.
Er vormde zich een dik pakket zandige en kleiige kwelder- en waddenafzetting.

“Merenwijk” aan zeemw05000_strandwal_NL
De zeespiegelstijging nam langzamerhand af.  Eb en vloed beperkten zich steeds meer tot de geulen en het zand bleef grotendeels aan de kust. Met verandering van de stroming in de Noordzee, konden zo’n 5000 jaar geleden de eerste strandwallen ontstaan (zie de oranje/gele lijntjes langs de kust.)
(linksboven op het plaatje: 5000 BP is een archeologische tijdschaal: BP = Before Present. Present is standaard het jaar 1950.)
Er ontstonden meer strandwallen. Deze jongere strandwallen kwamen hoger en westelijker te liggen. Er groeiden bossen op de strandwallen en later ook op de klei en veengronden. mw02750_strandwal_NL

De stuwwallen sloten de westkust steeds meer af. Alleen de rivier de Rijn meanderde door deze streek naar zee en liet zand en ander materiaal achter in het gebied. Het achterland ging van zout naar zoet door het ophopen van rivierwater en het vasthouden van regenwater. Hierdoor kon 3000 jaar geleden het veen ontstaan (het Hollandveen Laagpakket). Het veen bestond vooral uit riet, maar er zat ook heide, Wollegras en Veenmos in.
Als je het veen nu onder een vergrootglas legt, zie je zandkorreltjes, klei en heel veel planten materiaal.

Invloed van de zee via de Rijn
mw050_romeinen_MerenwijkMaar in het park ligt er op de dunne laag veen nog een dikke laag grijs-blauwe jonge zeeklei. Een laag die het veen af sluit, waardoor het erg naar zwavel stinkt als je een gat maakt. Deze laag is afgezet door de zee.  Het zeewater heeft via de Rijn de zeeklei af kunnen zetten of via eb- en vloedgeulen. Deze geulen wijzigden steeds, door het afsluiten van de kust en door de ontwikkeling van de jonge duinen.
In deze tijd woonden de mensen op de hogere duingronden, waar ze  met akkerbouw en veeteelt begonnen. Voor het wonen en koken maakten ze gebruik van de bossen op de oeverwallen. Hier stonden de eik, iep, linde en els.

Romeinse tijd
mw050_romeinen.jpg

Links kun je het blokje Merenwijk herkennen (waar de pijl heen wijst). De lichtblauwe lijn onderaan is de rivier de Rijn, die door Leiden loopt. Rechts van de streep zie je de bodem op de plek waar nu het wijkpark ligt. Het groen is komgrond. Beige is een lage oeverwal, doorsneden door blauwe geultjes. Door de groene en beige kleur heen, zie je, als je goed kijkt, de kaart van het Wijkpark en directe omgeving.mw050_romeinen_NL

Komgrond vormde zich in de tijd voordat de rivieren ingeperkt waren door dijken. Het land overspoelde regelmatig bij hoog water.  De stroomsnelheid van het water nam op het land af, het zwaardere zand zakte vlak langs de oevers naar de bodem en vormde de oeverwallen. De lichtere kleideeltjes werden door het water nog wat verder meegenomen. Ze bezonken pas voorbij de oeverwallen, waar het water tot rust kwam. Dit is komklei. Door overstroming en bezinking in opeenvolgende jaren stapelden zich in de komgronden dikke pakketten klei op, soms tot meerdere meters dik.
Omdat komgronden lang vochtig bleven, waren ze niet erg geschikt voor akkerbouw. Boeren gebruikten en gebruiken ze vooral als grasland: om het vee op te laten grazen of om ’s zomers te hooien.

Merenwijk als achterland
Bij een grondboring zie je de bovengenoemde dikke lagen niet terug. De laag veen en klei zijn maximaal 10 centimeter dik.  Dit kan verschillende oorzaken hebben. Deels komt het door de wisselwerking van aanvoer en afvoer van materiaal door de zee en de rivier en vervolgens door het ingrijpen van bewoners.

In de omgeving wonen al zeker 1500 jaar lang mensen. Vanaf ongeveer 550 na Christus werd handel gedreven via de Noordzee. De Rijn was de belangrijkste vaarroute in West-Nederland en  langs de vaarroute liep een weg op de oeverwal van de rivier.
Rond het jaar 700 zijn de eerste kerkjes gesticht. Onder andere op de plek van het groene kerkje in Oegstgeest.
Voor het bouwen van kerkjes en schepen werden de eiken- en beukenbossen van de strandwallen gebruikt. De grond kwam vrij voor akkers en heide.

In de strijd tegen de Noormannen (na 800) bouwde Lodewijk de Vrome ‘vlucht’burchten. Wanneer de Noormannen op zee werden gesignaleerd, ontstaken de Katwijkers een vuur om anderen te waarschuwen. Het signaal bereikte, als een ‘lopend vuur’ de Rijnsburgers, de Leidenaren/Leiderdorpers en bewoners tot aan Utrecht. De Maartenskerk in Utrecht zou een boerderij (hofstede) bezitten, een bosgebied ergens tussen Leiderdorp en Hoogmade.
Na de dood van Lodewijk brokkelde de eenheid af en de waterwegen werden niet meer gezamenlijk onderhouden. De Rijnmond bij Katwijk verzandde en de Rijn slibde steeds meer dicht.
Tegelijkertijd kon een boer tot turfwinning overgaan, waardoor het land verbrokkelde en er plassen ontstonden. Of ze gingen juist de drassige veengrond geschikt maken voor landbouw, door het graven van sloten. Zo ontwaterden ze de veengebieden.

Het ontwateren van het veen ging op verschillende manieren.
In de Karolingische tijd (jaar 751 – 987) groeven ze de sloten in blokvormige patronen. Dit zie je terug in de huidige Boterhuispolder. Een polder die vlak in de buurt ligt.
Na 1100 gaf graaf Floris II veel grond uit voor het ontginnen van moeras. Hij gaf moeras uit langs een dijk van 30 roeden ( 1 roede is ruim 3 meter). Deze kavel mochten ze met sloten ontwateren. Dit heette een cope of een slag. En het ontstane landschap heet een slagenlandschap.
Hieronder is een kaartje van de de wijk met de kavelpatronen uit de 16e tot 18e eeuw te zien. Je ziet hierop zowel stukjes kavel die lijken op blokverkaveling, als stukjes die meer een slagenpatroon (lange smalle kavels) hebben.

mw16e-18e.jpg

In 1042 overspoelde echter een grote stormvloed het hele gebied. Dorpen werden weggeslagen. Het gebied was weer een waddenzee, met nieuwe zeeklei op de resten moerasbos. Alleen de Leidse burchtheuvel bleek een veilige plek tegen het hoge water. Daarom gaf graaf Dirk IV vanuit Dordrecht de opdracht om een huis en kapel te bouwen bij het huidige Gravensteen en de Pieterskerk. De huidige Breestraat was een opgehoogde oeverwal, waar ook mensen gingen wonen.

Wateroverlast door vervening en vooral de Rijn
Omstreeks 1200 begonnen de steden zich uit te breiden. Bierbrouwerijen en de blekerijen konden turf goed gebruiken als brandstof. De turf leverde boeren meer op dan landbouw en daarna konden ze van dezelfde grond graan gaan leveren aan de bierbrouwerij. Door de ongeorganiseerde manier van ‘vervenen’ ontstonden steeds meer plassen. De rest van het veen klonk in en de bodem daalde.

De klei in de veengebieden gebruikten de boeren als natuurlijke bemesting. En later is de klei gebruikt voor het bakken van stenen en dakpannen.

bodem_1300_MerenwijkIn deze streek ontstond echter de meeste wateroverlast door het dichtslibben van de Rijnmond bij Katwijk. Een voordeel was dat stormvloeden het gebied niet bereikten. Maar het probleem was, dat het regen- en rivierwater ook niet in de zee kon weg stromen. Het water hoopte zich op in de veengebieden en bij Katwijk en Noordwijk.
Er werd gezocht naar alternatieve afwateringsmogelijkheden. Eerst kwam er een dam bij Zwammerdam, maar daardoor had Utrecht last van het water. De oplossing werd het graven
van afwateringen naar het noorden van Leiden, zoals de Does en de Zijl, om aan te sluiten op het Oude Haarlemmermeer en zo het water af te voeren.
Maar het land bleef drassig en het land bleek alleen geschikt als grasland.

In deze tijd verleende Graaf Willem II van Holland op 11 oktober 1255 een charter (manifest met gedragslijnen) aan de heemraden (samenwerkende boeren) met de strekking, dat voorgenomen waterwerken in de wijde omgeving eerst aan hen moesten worden voorgelegd. Deze heemraad was het huidige Hoogheemraadschap van Rijnland.
Het hoogheemraadschap/waterschap was verantwoordelijk voor de vervening, drooglegging en later de waterhuishouding in de polders.
En soms is er zoveel veen verveent, dat de ‘waddenzeebodem’ werd bereikt en er nu geen klei en veen te vinden is.

Broek- en Simontjespolder
Om te voorkomen dat het land overstroomde ging men dus dijkjes om de percelen en dammen aanleggen.  En men ging de plassen droog malen, zodat er weer landbouwgrond beschikbaar kwam. Zo ontstond langzamerhand een polderlandschap. Elke kleine polder kreeg een (water-)wipmolen om het water uit de polder te malen en de polder droog te houden.
In de 17e eeuw werden polders steeds meer samengevoegd. De Simontjespolder en de Broekpolder werden in 1639 de Broek- en Simontjespolder. Het woord ‘Broeken’ (brouck) in de naam Broekpolder verwijst naar “moerassig en drassig veengebied”. De Boterhuispolder ontstond in 1634 uit 11 kleine polders.

Het schilderij ‘Gezicht op Leiden vanuit het noordwesten’ van Jan van Goyen, uit 1653, geeft een beeld van hoe de polders erbij lagen. Van de stad Leiden zie je vooral de kerken. In de polder vallen de vele molens op. jan van goyen_beeld van Leiden.jpg
Het open zichtveld heeft meerdere redenen:
In 1540 beval keizer Karel V, dat er geen neringen (dorpen) mochten zijn binnen twee kilometer van een stad, om zo conflicten met ambachtsheren te voorkomen.
En in tijden van vijandelijke aanvallen op een stad moest er over hetzelfde gebied vrij zicht zijn. De Merenwijk ligt ongeveer op de grens van deze ruimte.

Broekdijk
broekwegDoor de Broek- en Simontjespolder loopt een dijkje. Dit dijkje bestond al in de 16e eeuw of zelfs eerder en is het groene dijkje op het kaartje, dat je ziet naast de rechte brede rode streep. Dit dijkje is de huidige Broekweg. De weg komt niet vanuit de stad Leiden, maar loopt  van de achterkant van een kasteel, het achterland van het huidige kasteel Oud-Poelgeest in, richting de molen. mw1815 kb
Op de kaart van 1815 is de weg duidelijk te zien.
Door deze weg kon eenvoudig gebruik gemaakt worden van het land. Eenvoudiger dan van de weilanden die je alleen per boot kon bereiken. De Broekweg kan nog ouder zijn. Want vanaf 1300 was op de plek van het kasteel sprake van een versterkt huis, dat in een gebied van moerassen en poelen stond. Het ambacht (rechtsgebied) heette toen ook Poelgeest en is in 1399 samengevoegd met het ambacht Oegstgeest. Rond 1640 heeft het kasteel de huidige stijl gekregen.

mw1851 kbIn tijd van de Spaanse bezetting bouwden de Spanjaarden in 1574 vier schansen. Op de plek van de Kwaakbrug en over de De Zijl. En tussen deze twee punten de schans ‘Broekweg’, met als doel de uitgestrekte weilanden onder controle te houden. De schansen waren echte vestigingen met een gracht er om heen. Vermoedelijk lag deze schans aan de huidige Broekweg, in de wei achter de huidige kinderboerderij. Deze schans zou 42 meter lang kunnen zijn geweest, met de naam Fort Casse Vasse.

De gebouwen van de kinderboerderij ofwel de Wassenaarhoeve zijn op de kaart van 1851 al te zien. Wanneer deze plek voor het eerst bewoond werd is nog onduidelijk.

Eigenaren en pachters
Door de samenwerking werden de percelen groter en kwamen er dijken die een groter gebied omringden en de dijkjes  werden hoger. Om dit te onderhouden kwamen eens per jaar de eigenaren en pachters (de ingelanden) in vergadering bij elkaar om een polderbestuur te kiezen en de polderlasten vast te stellen.
Tot in de 20e eeuw bleef dit gebruikelijk. Veel eigenaren waren geen boer, maar ze verpachtten de grond. Eigenaren waren families uit de stad Leiden en Den Haag, maar ook eigenaren van Poelgeest en van Duivenvoorde hadden percelen in hun bezit.

gemeente_oegstgeest_1867.jpgTot het moment dat de Merenwijk is aangelegd, was de polder grotendeels veenweidegebied. In de polder stonden twee boerderijen met her en der schuurtjes, die gebruikt werden om vee te melken. In april gingen de koeien de wei in, waar ze in de ochtend en avond gemolken werden. In de zomer werd er gehooid. In het najaar werden de greppels en sloten onderhouden.
Zwaar materieel als tractoren konden het land niet op zonder weg te zakken of teveel te vernielen.
Op de kaarten zijn een paar pestbosjes te zien, waar vee met een besmettelijke ziekte begraven ligt. Deze plekken zijn er nu nog. Je kunt er nog steeds alleen met een bootje komen.

De Broek- en Simontjespolder behoorde tot de gemeenten Oegstgeest en Warmond. De grond van het wijkpark is altijd onderdeel van de gemeente Oegstgeest geweest, totdat de Merenwijk is aangelegd.

De aanleg van de Merenwijk op de kaartmw1966 kopiemw1974 kopie

mw1981 kopie

Bronnen:
http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/holoceen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontstaan_van_de_Nederlandse_ondergrond
https://nl.wikipedia.org/wiki/Before_Present
http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/komgrond
https://www.erfgoedleiden.nl/
Rolf Roos, Duinen en mensen: Kennemerland, 2009, Ontstaan van het Hollands kustgebied
Gerrit Jan de Bruyn, Van geest en Woude, 1995, Rijks Universiteit Leiden
https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Ontginning
http://boterhuispolder.nl/?page_id=193
https://stichtingbroekensimontjespolder.wordpress.com/de-polder/geschiedenis/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Broek_en_Simontjes
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoogheemraadschap_van_Rijnland
https://geschiedenisvanzuidholland.nl/
Arie Korteweg, Geschiedenis dichtbij, De Merenwijk te Leiden vóór de bouw, erna en nu, 2008.
www.topotijdreis.nl voor de plattegronden.

 

Advertenties