Winters juweeltje

Iemand die veel geluk heeft noemen we een goudhaantje. Maar het is ook een vogeltje. We zien dat niet zoveel in Leiden. Ze broeden wel in de duinstreek maar zijn ook daar best zeldzaam. Nóg zeldzamer in onze streken is zijn naaste familielid het vuurgoudhaantje. Ze broeden op de Veluwe en oostelijker in naaldbossen. In de herfst trekken de meesten naar Zuidwest-Europa. Tegelijk komen er dan weer andere vuurgoudhanen uit Scandinavië en Noord-Duitsland om in Nederland te overwinteren. 

Het is een van de mooiste vogeltjes die je in de tuin kan tegenkomen. Hij is nóg mooier dan het goudhaantje. Waar het gewone goudhaantje een wat verbaasde blik heeft, kijkt de vuurgoudhaan zelfverzekerd de camera in. Dat komt door die dikke wenkbrauwstrepen en oogstreep, die hem een wat streng voorkomen geven. 

Hij valt vaak het eerst op door de roep: een serie van 4 tot 5 heel hoge nootjes met de klemtoon op de eerste noot, die een fractie langer is dan de volgende. SIIT-sit-sit-sit-sit. Ze zijn zo hoog, dat oudere mensen ze amper kunnen horen, tenzij ze heel dichtbij komen. Dat gebeurt best vaak. Zowel goudhaantjes als vuurgoudhaantjes zijn heel nieuwsgierig. Je kunt ze makkelijk lokken door sisgeluiden te maken tussen je tanden. Ze kunnen dan op een afstand van een meter komen om te onderzoeken waar dat geluid vandaan komt. Maar per saldo blijft hij zeldzaam. Wie dus een vuurgoudhaantje ziet is eigenlijk zelf een goudhaantje. 😉

Dick de Vos
Foto: Herman Berkhoudt

 

De foto is door Herman gemaakt in het wijkpark.
Deze winter kom ik de goudhaantjes en vuurgoudhaantjes ook regelmatig tegen in het park. Je kunt de vogeltjes in een straal van 500 meter om de naaldbomen tegenkomen.
Ze fladderen in groepjes, lustig tsjilpend, in de hulst en loofbomen.
Ze zoeken daar naar kleine beestjes tussen de schors en knoppen en bladeren.

Ant

Advertenties