Halsbandparkieten

Ze scheren in de ochtend en avond door de wijk. De halsbandparkieten. De meningen over de groene vogels variëren, maar ze zijn toch echt onderdeel van het park en de wijk.

Wat mij vooral aan ze opvalt is dat ik ze vaak zie knabbelen. Ze nemen een hap of twee van iets en laten de rest gedachtenloos op de grond vallen. In het najaar eten ze zaden van de helicoptertjes, die nog steeds ronddraaiend naar beneden vallen. In het voorjaar liggen op de tegels plukjes lichtgroene watten. Dat zijn de piepkleine blaadjes van bijvoorbeeld de paardenkastanje, die nog in knop zaten…

Je kunt je aan de verspilling storen, maar het slordige eten heeft een grote ecologische functie. In het oerwoud plukken ze het hooghangend fruit, eten er iets van en laten het vallen. In hun oorspronkelijke omgeving profiteren daar allerlei bodemdieren en hoefdieren van, zoals herten, die zelf onmogelijk bij die tractatie kunnen. Al die dieren samen helpen uiteindelijk het verspreiden van de zaden van de bomen, zoals de gaaien dat in het park doen.

Maar waarom eten ze dan die onrijpe vruchten en jonge knoppen? Dat komt omdat ze geleerd hebben om onrijp fruit te eten. Fruit is maar een beperkte tijd rijp en bloemen bloeien zeer kort. Als ze alleen rijpe dingen zouden eten, zouden ze niet overleven.
Omdat onrijp fruit slecht te verteren is, nemen ze een hapje hier en een hapje daar. En zorgen ze dat ze van geen enkele plant teveel gifstoffen binnenkrijgen.
Sommige knoppen zijn extra voedzaam omdat deze jonge weefsels nog weinig gifstoffen bevatten en bloemen in de knop zitten vaak al vol suikers.

Buiten de broedperiode komen ze bijelkaar op een gemeenschappelijke slaapplaats. Bekijk ze eens goed. Dan zie je dat sommige halsbandparkieten geen rode band hebben. Dat zijn de vrouwtjesparkieten.

Geschiedenis van de halsbandparkiet in Nederland
Op Waarneming.nl staat het volgende:

In 1968 broedden er voor het eerst halsbandparkieten “in het wild” in Nederland. Sindsdien zijn de aantallen aanzienlijk gestegen. Waren er in 1968 misschien enkele tientallen vrijvliegende halsbandparkieten, nu zijn dat er enkele duizenden.
Halsbandparkieten zijn holenbroeders. Zij maken de holen niet zelf maar zijn voor hun broedplaatsen aangewezen op verlaten spechtenholten en andere holten in bomen.

Ant

Uitleg gekregen van Roelant Jonker
onderzoeker van halsbandparkieten

Info op Vogelbescherming.nl
Onderzoeken van SOVON