Categorie archief: zomer

Broedvogels in het park – 2018

Maart – juli 2018

Het eerste seizoen broedvogels tellen in het wijkpark van de Merenwijk zit erop. Het resultaat mag er wezen: er blijken minstens 35 soorten in het park te broeden. Ik zeg ‘minstens’ omdat de ervaring leert dat je, zeker met één teller en een beperkt aantal bezoeken, makkelijk een paar soorten mis kunt lopen. Op Cronesteyn heb ik weleens meegemaakt dat er tijdens de officiële ransuilenronde geen uil te horen was, terwijl je dan als het goed is de jongen luidruchtig hoort bedelen. De volgende dag zag een collega de takkelingen (pas uitgevlogen uiltjes die nog niet kunnen vliegen) gewoon zitten — ze hadden zeker net allemaal een muis gekregen toen we langskwamen.

Ook als je een vogel wèl ziet of hoort, levert dat dankzij de strenge criteria van de telmethode niet altijd een officieel broedgeval op: 6 van de 41 soorten mogelijke broedvogels die ik hoorde of zag, zijn bij het eindresultaat buiten de boot gevallen. Dan heb je bijvoorbeeld een tweede waarneming nodig, of het beestje moet echt zitten zingen, of de waarnemingen vallen net niet binnen de datumgrenzen voor die soort.


Overigens heb ik in het wijkpark voor de zekerheid een tweede ransuilenbezoek gebracht, maar dat leverde nog steeds geen uilen op. Wel een jonge kraai die uit het nest was gevallen — er zat al een kat bij, dus ik was net op tijd. Bij zo’n avondbezoek zie je pas hoeveel katten er dan door het park struinen en dat zal heel wat vogels het leven kosten.

De liefhebbers van de sperwers die de afgelopen jaren in het park hebben gebroed, zijn dit jaar teleurgesteld: in maart zijn deze fraaie rovers nog wel langs geweest, maar vervolgens weer vertrokken. Het goede nieuws is dat er in het late voorjaar wel een paar keer boomvalken zijn gespot in het park, al is het nog niet duidelijk of die zich echt hebben gevestigd. Volgend jaar nieuwe kansen.


Dat geldt ook voor de ijsvogel en de groene specht, die wel zijn gesignaleerd maar (nog) niet officieel genoteerd konden worden. De grote bonte specht daarentegen heeft maar liefst drie territoria in het park. Een andere typische loofbosvogel, de boomkruiper, doet het ook prima (5). En uiteraard is er een overvloed aan kool- en pimpelmezen, zwartkoppen, merels, tjiftjafs, roodborsten en houtduiven, terwijl de talrijkste soort het kleine, maar luidruchtige winterkoninkje is met 20 territoria. Een aantal soorten is maar met één territorium vertegenwoordigd, in elk geval dit jaar: staartmees, fitis, putter en tuinfluiter. Aan de oostrand van het park, vlakbij de Vlinders, broedden zowel de knobbelzwanen met hun niet te missen nest (9 jongen) als de onooglijke kleine karekieten in de rietkraag. En op een steenworp afstand vind je dan in de koestal van de kinderboerderij een nestje van de boerenzwaluw en in het bos een bescheiden roepende holenduif — een prachtige duif en één van mijn favorieten in het park.

Een park met een gevarieerd landschap, wat dode bomen en allerlei verschillende voedselbronnen levert dus heel wat vogelsoorten op. De watervogels maken het plaatje compleet: natuurlijk veel wilde en boereneenden en meerkoeten, maar ook met de waterhoentjes gaat het prima (6 territoria) en we mogen ook een paartje krakeend noteren.

Hier vind je de complete lijst, met kaartjes per soort. En dan is het wachten nu op de wintergasten 🙂

Corinna Vermeulen

Blog broedvogels in maart 2018
Blog broedvogels in mei 2018
Nog meer Vogels in het park

Piepjes op een zwoele zomeravond

Op een warme zomeravond in juni en juli, als het schemert, hoor je ze …

Een wijkbewoner stuurde hierover het volgende stukje naar de site:

Hoi Ant,

Ik ben de maker van deze foto, gemaakt in de Merenwijk.

Vorig jaar in juli 2017 maakte ik deze foto van deze beauty, die hoog in een boom zat, in een tuin. Enkele ransuilen bleken in juni / juli 2017 elke avond te bedelen om voedsel, ook al waren ze niet / nauwelijks te zien. Ze zaten in de Merenwijk … in de hoek van de Jachthaven … in hoge bomen … en ook in de hoge bomen langs de Drontermeerlaan.
Ik hoorde uit verschillende hoeken het repeterende kie-èk geluid komen  … het ging om verschillende dieren … maar welke?
 Na een zoektocht op internet kwam ik erachter dat een nest jonge ransuilen hier in de nabijheid moest zijn opgegroeid en uitgevlogen. Uitgevlogen jonge ransuilen blijven dan nog een tijdje in de buurt van de moeder om bijgevoerd te worden. Ransuilen eten veel muizen. Muizen waren kennelijk in de nabije weilanden voldoende te vinden.
 
Toen ik erachter was gekomen dat het repeterende kie-èk – geluid van ransuilen afkomstig was, ben ik een paar avonden speciaal in de tuin gaan zitten om te kijken of ik een ransuil te zien zou krijgen.
 Op een avond had ik het geluk dat ik  … én op het juiste moment … én in de goede richting keek .. én zodoende een ransuil zag vliegen  … én daarbij had ik het geluk … dat deze ransuil precies in een boom ging zitten … zodat ik er een foto van kon maken.

Groeten van Els

In delen van de wijk hoor je dus dit geluid.
Het harde schrille gepiep/gekrijs van de jonge ransuilen.
Soms begeleiden de ouders ze, met iets lagere tonen.
De ransuilen zijn hier het hele jaar door, maar de rest van het jaar vallen ze niet zo op.
Als ze zelfstandig zijn, zwermen de jonge ransuilen uit en kunnen ze honderden kilometers ver weg trekken.

Rek- en strekoefeningen van de jeugd
Andere bewoners van de wijk hebben ook naar de jonge ransuilen geluisterd en gekeken. Het viel ze op dat de jonge uiltjes allerlei rek-, strek- en draaibewegingen maakten met hun kop.
Op Vroege Vogels leggen ze uit waarom ze dat doen:

Ransuilen zijn nachtelijke jagers en gebruiken daarbij vooral hun gehoor. Om erachter te komen waar een klein muisje zich precies schuil houdt in het donker, zijn dan wel wat speciale aanpassingen nodig. Hoewel je de oren van een ransuil niet kunt zien, zijn deze heel groot. Ze zitten aan de zijkant van de kop. (De oorpluimpjes zijn dus niet de oren van een ransuil.) Speciale veren zorgen ervoor dat het geluid de oorholtes goed bereikt. Het ene oor van een ransuil zit bovendien iets hoger dan het andere. Zo kunnen ze niet alleen horen of een geluid van links of van rechts komt, maar ook hoe hoog of laag de maker van het geluid zit. Geluiden uit een bepaalde richting komen een fractie eerder aan bij het ene oor dan het andere. De uil beweegt z’n kop heen en weer totdat het geluid precies tegelijkertijd beide oren bereikt en op dat moment kijkt hij rechtstreeks naar de bron van het geluid. Ook de hersenen van de uil zijn aangepast om al deze geluidsinformatie te kunnen verwerken. Op basis van geluiden schijnt een uil zelfs een plattegrond van z’n omgeving te kunnen vormen. Maar voordat het zover is moeten jonge ransuilen wel eerst veel oefenen. Dat doen ze door veelvuldig met hun kop te bewegen en het geluid te vergelijken met de verschillende standen van hun kop.
Dit is een filmpje van het rekken en strekken.

Op de site van de vogelbescherming vind je nog andere informatie over de ransuilen.

Andere zomerpiepjes in de lucht

Een ander geluid dat je vaak op zomeravonden hoort is dat van de zwaluwtjes.
Het zijn hoge schrille piepjes. Het zijn de gierzwaluwen, die over de wijk vliegen.
Je herkent ze aan de strakke zwarte sikkelvorm en ze hebben vrij korte staartjes.

De zwaluwen vliegen meestal in groepjes. Soms hoog in de lucht, soms laag over de huizen. Ze vliegen in de luchtlaag waar het meeste voedsel zit. Daar zijn de vliegende insecten, zoals muggen, (zweef)vliegen en dag- en nachtvlinders, die ze in volle vaart vangen. Dit is de enige manier waarop ze eten.

De gierzwaluwen leven van half april/mei tot en met juli in Nederland, waar ze hun nesten maken in holtes van gebouwen. Ze overwinteren in een gebied tussen Mali en Congo, in Afrika.

En dus…
Als ik de gierzwaluwtjes hoor, dan is het voor mij zomer.

Ant – juni 2018