Categorie archief: waterdieren

Buiten in april

Het zijn vreemde tijden. Als we naar buiten gaan moeten we nu voldoende fysieke afstand houden. Maar sociale afstand is niet nodig! Zullen we in de Merenwijk afspreken om elkaar in het voorbijgaan in ieder geval te groeten?

En we kunnen nog steeds van alles samen op afstand doen.


20200313Paddenpatrouille Zweilandlaan (Liselotte Rambonnet)-12Een voorbeeld is de paddenpatrouille. De patrouille bestaat uit een groep mensen die padden, kikkers en salamanders helpen oversteken. Zodra het donker is gaan ze op drukke routes, gewapend met een zaklamp en een reflecterend hesje op pad om ze voor plat rijden te behoeden.  Liselotte legt het je uit…

 


DSC00973-hommel kopie

We kunnen op 18 en 19 april ook samen bijen tellen. Allemaal in onze eigen tuin of balkon. Als je nu begint met oefenen is het nog simpel. Er vliegen nu zo’n zes verschillende grote hommels rond. Om deze te oefenen heeft ‘Ontdek Natuur in jouw Buurt‘  een quiz gemaakt. Om met de Nationale Bijentelling vind je hier meer info.

 


DSC09000_mwpk_bruine_kikker_onder_blad

Kijk goed om je heen bij een wandeling door het park en de wijk. En luister! Want er zijn op veel plekken in de wijk bruine kikkers te horen. Niet kwakend, zoals we verwachten, maar knorrend. Caroline schrijft er een blog over.

 

 


_MG_7401Kopie copy Gehakkelde Aurelia

Gehakkelde aurelia

Er is veel meer te zien en te horen dan we in eerste instantie denken. In het Doe-alfabet staan suggesties voor praktische buiten-dingen om zelf of met een klein groepje te doen. In je tuin, op je balkon, in huis of op straat.
Met alle liefde plaats ik je ervaring op de site.  Groene groet op afstand!    Ant

 

 

Piepjes op een zwoele zomeravond

Op een warme zomeravond in juni en juli, als het schemert, hoor je ze …

Een wijkbewoner stuurde hierover het volgende stukje naar de site:

Hoi Ant,

Ik ben de maker van deze foto, gemaakt in de Merenwijk.

Vorig jaar in juli 2017 maakte ik deze foto van deze beauty, die hoog in een boom zat, in een tuin. Enkele ransuilen bleken in juni / juli 2017 elke avond te bedelen om voedsel, ook al waren ze niet / nauwelijks te zien. Ze zaten in de Merenwijk … in de hoek van de Jachthaven … in hoge bomen … en ook in de hoge bomen langs de Drontermeerlaan.
Ik hoorde uit verschillende hoeken het repeterende kie-èk geluid komen  … het ging om verschillende dieren … maar welke?
 Na een zoektocht op internet kwam ik erachter dat een nest jonge ransuilen hier in de nabijheid moest zijn opgegroeid en uitgevlogen. Uitgevlogen jonge ransuilen blijven dan nog een tijdje in de buurt van de moeder om bijgevoerd te worden. Ransuilen eten veel muizen. Muizen waren kennelijk in de nabije weilanden voldoende te vinden.
 
Toen ik erachter was gekomen dat het repeterende kie-èk – geluid van ransuilen afkomstig was, ben ik een paar avonden speciaal in de tuin gaan zitten om te kijken of ik een ransuil te zien zou krijgen.
 Op een avond had ik het geluk dat ik  … én op het juiste moment … én in de goede richting keek .. én zodoende een ransuil zag vliegen  … én daarbij had ik het geluk … dat deze ransuil precies in een boom ging zitten … zodat ik er een foto van kon maken.

Groeten van Els

In delen van de wijk hoor je dus dit geluid.
Het harde schrille gepiep/gekrijs van de jonge ransuilen.
Soms begeleiden de ouders ze, met iets lagere tonen.
De ransuilen zijn hier het hele jaar door, maar de rest van het jaar vallen ze niet zo op.
Als ze zelfstandig zijn, zwermen de jonge ransuilen uit en kunnen ze honderden kilometers ver weg trekken.

Rek- en strekoefeningen van de jeugd
Andere bewoners van de wijk hebben ook naar de jonge ransuilen geluisterd en gekeken. Het viel ze op dat de jonge uiltjes allerlei rek-, strek- en draaibewegingen maakten met hun kop.
Op Vroege Vogels leggen ze uit waarom ze dat doen:

Ransuilen zijn nachtelijke jagers en gebruiken daarbij vooral hun gehoor. Om erachter te komen waar een klein muisje zich precies schuil houdt in het donker, zijn dan wel wat speciale aanpassingen nodig. Hoewel je de oren van een ransuil niet kunt zien, zijn deze heel groot. Ze zitten aan de zijkant van de kop. (De oorpluimpjes zijn dus niet de oren van een ransuil.) Speciale veren zorgen ervoor dat het geluid de oorholtes goed bereikt. Het ene oor van een ransuil zit bovendien iets hoger dan het andere. Zo kunnen ze niet alleen horen of een geluid van links of van rechts komt, maar ook hoe hoog of laag de maker van het geluid zit. Geluiden uit een bepaalde richting komen een fractie eerder aan bij het ene oor dan het andere. De uil beweegt z’n kop heen en weer totdat het geluid precies tegelijkertijd beide oren bereikt en op dat moment kijkt hij rechtstreeks naar de bron van het geluid. Ook de hersenen van de uil zijn aangepast om al deze geluidsinformatie te kunnen verwerken. Op basis van geluiden schijnt een uil zelfs een plattegrond van z’n omgeving te kunnen vormen. Maar voordat het zover is moeten jonge ransuilen wel eerst veel oefenen. Dat doen ze door veelvuldig met hun kop te bewegen en het geluid te vergelijken met de verschillende standen van hun kop.
Dit is een filmpje van het rekken en strekken.

Op de site van de vogelbescherming vind je nog andere informatie over de ransuilen.

Andere zomerpiepjes in de lucht

Een ander geluid dat je vaak op zomeravonden hoort is dat van de zwaluwtjes.
Het zijn hoge schrille piepjes. Het zijn de gierzwaluwen, die over de wijk vliegen.
Je herkent ze aan de strakke zwarte sikkelvorm en ze hebben vrij korte staartjes.

De zwaluwen vliegen meestal in groepjes. Soms hoog in de lucht, soms laag over de huizen. Ze vliegen in de luchtlaag waar het meeste voedsel zit. Daar zijn de vliegende insecten, zoals muggen, (zweef)vliegen en dag- en nachtvlinders, die ze in volle vaart vangen. Dit is de enige manier waarop ze eten.

De gierzwaluwen leven van half april/mei tot en met juli in Nederland, waar ze hun nesten maken in holtes van gebouwen. Ze overwinteren in een gebied tussen Mali en Congo, in Afrika.

En dus…
Als ik de gierzwaluwtjes hoor, dan is het voor mij zomer.

Ant – juni 2018

Waterdiertjes tellen

Van 7 mei tot 13 mei 2018 was de Week van Ons Water en de Nationale Waterdiertjestelling.  Scholieren en vrijwilligers uit het hele land waren waterschorpioenen, libellenlarven, rugzwemmers en andere waterdieren tellen. Gegevens uit de telling helpen de waterbeheerders  bij het bepalen van de kwaliteit van ons water. Dat staat in het bericht van Nature Today.

Wil je meehelpen? Dat is heel gemakkelijk. Op waterdiertjes.nl kun je de dieren die je ziet invoeren. Als je meer dan 50 diertjes hebt, dan krijg je direct de score van de waterkwaliteit.

In maart kon dit nog niet. Toen deden middelbare scholieren in het park het op de ouderwetse manier. Dit zijn hun resultaten.

Welke dieren zijn gevonden?

DSC05845_Watervlo_Daphnia_mwpk kopieHet water zit vol met watervlooien. Die zie je hiernaast.
Er zitten eenoogkreeftjes in, met een langwerpige staart, waarbij eentje twee bolletjes aan de zijkant heeft. Hier zitten eitjes in (middenonder op foto).

Er zijn kevertjes gevangen. Een paar hebben een luchtbel onderaan hun schild. Dit zijn schrijvertjes of draaikevers. Ze maken onder water namelijk draaiende, lus-achtige zigzagbewegingen. Het voedsel bestaat uit allerlei kleine dieren die ze op het wateroppervlak vangen en leeg zuigen.
Een paar kevervormige dieren hebben lange poten. Dit zijn geen kevertjes, maar wantsen. Het zijn bootsmannetjes. De schrijvertjes en bootsmannetjes kunnen vliegen, maar dat doen ze zelden.DSC05839_waterezeltje_asellus aquaticus_mwpk kopie

Een paar beestjes blijven vechten, wanneer ze in het potje zitten. Het lijken zoetwatervlokreeftjes, maar wanneer ze rustiger zijn, blijken het zoetwaterpissebedden te zijn, die ze ook waterezeltjes noemen.

En natuurlijk de slak. DSC05847_moerasslak_mwpkDe slak is een Spitse moerasslak en leeft in stilstaand water met rijke plantengroei. Meestal worden ze 45 bij 34 millimeter. Deze slakken komen veel in Nederland voor, maar deze was echt heel groot. Ze zijn eierlevendbarend. Dat betekent dat de eieren nog een tijd in de schelp blijven totdat het complete mini-slakjes zijn geworden en als het weer goed genoeg gaan ze zelf het water in.

Wat betekent dit voor de waterkwaliteit?

De waterkwaliteit in Nederland is de laatste tientallen jaren sterk verbeterd, maar nog geregeld zitten er te veel meststoffen, bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen in (volgens het bericht).
Wat is nu de waterkwaliteit in het park?

Voor het professioneel vaststellen van de waterkwaliteit moet je van meer dan 50 soorten heel veel beestjes vangen. Met deze aantallen krijg je inzicht in hoeveel verschillende beestjes in het water zitten. Door de grote aantallen en vooral de verhoudingen daarin, bepaal je dan de kwaliteit. Dat zijn de getallen in de gekleurde tabel.

Maar voor het vangen van zoveel beestjes was nu geen tijd. Dus proberen we een  indicatie te geven met de gevangen beestjes.Schermafbeelding 2018-05-14 om 10.13.48

De gevangen beestjes staan in de tabel hiernaast (waarbij de Kaphoornslak voor de Moerasslak staat.)

Een kwaliteitsindicatie van 1 betekent dat dieren een zeer slechte waterkwaliteit aan kunnen. Staat bij een diertje een 5, dan komt die alleen voor in uitstekende waterkwaliteit. Je ziet dat de gevangen diertjes tussen de 2 en 5 scoren. Maar omdat een Schrijvertje hier wil zwemmen en er best veel met een indicatie van 4 zijn, concluderen we dat het water op deze plek eigenlijk best goed is.

Wil je zelf aan de slag? Dat is nu veel gemakkelijker. Sinds deze week kun je op waterdiertjes.nl de dieren die je ziet invoeren. Als je meer dan 50 diertjes hebt, dan krijg je direct de score van de waterkwaliteit.

Herken je de diertjes niet goed genoeg. Op internet zijn veel zoekkaarten te vinden om te bepalen welk beestje je hebt gevangen. Of je gebruikt de dierenzoeker.

Ant