Categorie archief: Vogels

Piepjes op een zwoele zomeravond

Op een warme zomeravond in juni en juli, als het schemert, hoor je ze …

Een wijkbewoner stuurde hierover het volgende stukje naar de site:

Hoi Ant,

Ik ben de maker van deze foto, gemaakt in de Merenwijk.

Vorig jaar in juli 2017 maakte ik deze foto van deze beauty, die hoog in een boom zat, in een tuin. Enkele ransuilen bleken in juni / juli 2017 elke avond te bedelen om voedsel, ook al waren ze niet / nauwelijks te zien. Ze zaten in de Merenwijk … in de hoek van de Jachthaven … in hoge bomen … en ook in de hoge bomen langs de Drontermeerlaan.
Ik hoorde uit verschillende hoeken het repeterende kie-èk geluid komen  … het ging om verschillende dieren … maar welke?
 Na een zoektocht op internet kwam ik erachter dat een nest jonge ransuilen hier in de nabijheid moest zijn opgegroeid en uitgevlogen. Uitgevlogen jonge ransuilen blijven dan nog een tijdje in de buurt van de moeder om bijgevoerd te worden. Ransuilen eten veel muizen. Muizen waren kennelijk in de nabije weilanden voldoende te vinden.
 
Toen ik erachter was gekomen dat het repeterende kie-èk – geluid van ransuilen afkomstig was, ben ik een paar avonden speciaal in de tuin gaan zitten om te kijken of ik een ransuil te zien zou krijgen.
 Op een avond had ik het geluk dat ik  … én op het juiste moment … én in de goede richting keek .. én zodoende een ransuil zag vliegen  … én daarbij had ik het geluk … dat deze ransuil precies in een boom ging zitten … zodat ik er een foto van kon maken.

Groeten van Els

In delen van de wijk hoor je dus dit geluid.
Het harde schrille gepiep/gekrijs van de jonge ransuilen.
Soms begeleiden de ouders ze, met iets lagere tonen.
De ransuilen zijn hier het hele jaar door, maar de rest van het jaar vallen ze niet zo op.
Als ze zelfstandig zijn, zwermen de jonge ransuilen uit en kunnen ze honderden kilometers ver weg trekken.

Rek- en strekoefeningen van de jeugd
Andere bewoners van de wijk hebben ook naar de jonge ransuilen geluisterd en gekeken. Het viel ze op dat de jonge uiltjes allerlei rek-, strek- en draaibewegingen maakten met hun kop.
Op Vroege Vogels leggen ze uit waarom ze dat doen:

Ransuilen zijn nachtelijke jagers en gebruiken daarbij vooral hun gehoor. Om erachter te komen waar een klein muisje zich precies schuil houdt in het donker, zijn dan wel wat speciale aanpassingen nodig. Hoewel je de oren van een ransuil niet kunt zien, zijn deze heel groot. Ze zitten aan de zijkant van de kop. (De oorpluimpjes zijn dus niet de oren van een ransuil.) Speciale veren zorgen ervoor dat het geluid de oorholtes goed bereikt. Het ene oor van een ransuil zit bovendien iets hoger dan het andere. Zo kunnen ze niet alleen horen of een geluid van links of van rechts komt, maar ook hoe hoog of laag de maker van het geluid zit. Geluiden uit een bepaalde richting komen een fractie eerder aan bij het ene oor dan het andere. De uil beweegt z’n kop heen en weer totdat het geluid precies tegelijkertijd beide oren bereikt en op dat moment kijkt hij rechtstreeks naar de bron van het geluid. Ook de hersenen van de uil zijn aangepast om al deze geluidsinformatie te kunnen verwerken. Op basis van geluiden schijnt een uil zelfs een plattegrond van z’n omgeving te kunnen vormen. Maar voordat het zover is moeten jonge ransuilen wel eerst veel oefenen. Dat doen ze door veelvuldig met hun kop te bewegen en het geluid te vergelijken met de verschillende standen van hun kop.
Dit is een filmpje van het rekken en strekken.

Op de site van de vogelbescherming vind je nog andere informatie over de ransuilen.

Andere zomerpiepjes in de lucht

Een ander geluid dat je vaak op zomeravonden hoort is dat van de zwaluwtjes.
Het zijn hoge schrille piepjes. Het zijn de gierzwaluwen, die over de wijk vliegen.
Je herkent ze aan de strakke zwarte sikkelvorm en ze hebben vrij korte staartjes.

De zwaluwen vliegen meestal in groepjes. Soms hoog in de lucht, soms laag over de huizen. Ze vliegen in de luchtlaag waar het meeste voedsel zit. Daar zijn de vliegende insecten, zoals muggen, (zweef)vliegen en dag- en nachtvlinders, die ze in volle vaart vangen. Dit is de enige manier waarop ze eten.

De gierzwaluwen leven van half april/mei tot en met juli in Nederland, waar ze hun nesten maken in holtes van gebouwen. Ze overwinteren in een gebied tussen Mali en Congo, in Afrika.

En dus…
Als ik de gierzwaluwtjes hoor, dan is het voor mij zomer.

Ant – juni 2018

Broedvogels in het park (mei)

Begin mei 2018

Het broedseizoen is nu op zijn hoogtepunt: ’s ochtends vroeg een menigte zingende vogels, her en der meerkoeten en andere watervogels op hun nest, er wordt nog druk met nestmateriaal gesleept en met voer voor de broedende partner of voor de kuikens. De zomergasten die je in het wijkpark vooral kunt verwachten, zijn intussen allemaal gearriveerd: zwartkop, tjiftjaf, tuinfluiter en fitis.

Van zangvogels vind je bijna nooit een nest, maar dat hoeft ook niet om te weten waar er een territorium zit: daar zitten ze te zingen, vaak tegelijk met de dichtstbijzijnde soortgenoot (overigens zijn het niet altijd de mannetjes die zingen). Van roofvogels daarentegen zijn de nesten relatief makkelijk te vinden en met een beetje geluk hoor je ze ook nog naar elkaar roepen. Maar ondanks al mijn gespeur heb ik het sperwernest dit jaar nog niet gevonden. Sperwers bouwen namelijk elk jaar een nieuw nest, meestal binnen enige tientallen meters van het vorige, en ‘onze’ sperwers worden nog steeds in het park gespot. Tips over het nest graag doorgeven aan de beheerder van deze site 🙂

Een typische soort van bos en park die het bij ons goed doet is de boomkruiper. In het park zitten minstens drie territoria. Ze hebben vrij grote bomen nodig met een lekker ruwe schors om tegenop te kruipen en insectjes uit te halen; daar staan er dus genoeg van in het park. Boomkruipers zijn holebroeders, maar dat moet je ruim opvatten: ze kunnen ook onderin grote roofvogelnesten broeden (erg cool) en ik heb er ook wel eens twee tegen een hoog gebouw op zien lopen om vervolgens in een holletje onder de dakrand te verdwijnen.

Nog een vogeltje waar ik persoonlijk erg op gesteld ben is de staartmees. Staartmezen maken hun nestje op de groei: het is elastisch doordat ze er o.a. spinnewebben in verwerken. Dan passen er heel veel kleine staartmeesjes in die steeds groter worden. Niettemin gaat het niet goed met deze soort. Heeft dat te maken met de dramatische insectensterfte?

Corinna Vermeulen

 

Met dank aan Herman Berkhoudt voor de foto van de boomkruiper.

Blog Broedvogels 2018
Blog Broedvogels mei 2018
Nog meer Vogels in het park

Broedvogels in het park (maart)

24 maart 2018

Vanochtend in het wijkpark van de Merenwijk de eerste broedvogeltelling van dit jaar gedaan. Een kwartier voor zonsopgang hoorde je overal de vroege zangers, vooral merels en roodborsten. De rest wordt iets later wakker. Zo vroeg in het voorjaar zijn het vooral de standvogels die je tegenkomt: die hebben hier de winter doorstaan en als beloning kunnen ze lekker vroeg aan het broedseizoen beginnen. Behalve merels en roodborstjes moet je in ons park dan vooral denken aan mezen, winterkoningen, boomkruipers en de grote bonte specht (van die laatste kun je er twee horen roffelen in het park). De sperwers zijn ook hier gebleven, er liet er zich vandaag weer één zien. De ooievaars zitten alweer op het nest en de halsbandparkieten zijn druk in de weer met het uitzoeken van een fijne nestholte in een boom.

De zwartkop was altijd een zomergast die begin april uit het zuiden terugkwam, maar door de klimaatverandering zijn er tegenwoordig ook zwartkoppen die ’s winters hier blijven of in maart al terugkomen. Vanochtend was in het wijkpark ook al weer de fraaie zang van een zwartkop te horen – net als het eenvoudige liedje van de eerste tjiftjaf. Er zullen er de komende tijd nog wel een paar bij komen in het park 🙂

Er zit al zeker een maand een mannetje slobeend in het wijkpark – we zullen maar hopen dat hij goed terechtkomt. Ondanks het begin van het voorjaar zijn er ook nog steeds typische wintergasten: er liepen vandaag vier koperwieken te scharrelen bij de kinderboerderij en een paar honderd meter verder zat een groep sijsjes. Die zijn vaker in het park gezien deze winter, getuige waarneming.nl. Daar kun je gelijk zien wat een aantal trouwe waarnemers de laatste maanden aan wintergasten heeft doorgegeven: houtsnip, watersnip, grote zilverreiger, goudhaan, vuurgoudhaan, grote gele kwikstaart, grote barmsijs, puttertjes en als klap op de vuurpijl de toch best zeldzame waterral.

Zo zie je maar dat een op het eerste gezicht heel gewoon wijkpark een belangrijke functie vervult voor allerlei vogels.

Corinna Vermeulen

 

P.S. In de lente zijn livebeelden te zien van diverse broedende vogels op de site van de vogelbescherming.

Broedvogels 2018
Blog broedvogels in mei 2018
Nog meer Vogels in het park

 

Op het groene bankje

DSC05642 hazelaar_katjes kopie

Op het laatste oude groene bankje van het park schijnt een heerlijk zonnetje. Ik ga er even zitten en krijg steeds meer oor voor alle geluiden om me heen.

Een groep meesjes hupt door de hazelaar. Het zijn koolmezen, pimpelmezen en staartmezen. De hazelaar hangt vol met gele trosjes, die glimmen in de zon.
De mezen pikken hier en daar in de takken en de mannelijke katjes en maken veel verschillende geluidjes.  In de winter zie je ze zo vaak. Vrolijk samen door de struiken vliegend.

De wind steekt op en waait door de kale populieren, begroeid met groene klimop.

De droge blaadjes die nog aan de bomen en de struiken zitten, ritselen.
Tussen de bramen scharrelt een bruine merel door de dorre blaadjes.
In de lucht zie ik vier eksters achter elkaar aan jagen door de bomen. Ze lijken in paartjes rond te vliegen. Een groep kauwtjes vliegt af en aan. Even verder probeert een ekster een tak mee te nemen.DSC05651_roodborst
Dichtbij, hoor ik ineens het duidelijke heldere geluid van een roodborst. Hij zit 5 meter bij me vandaan en zingt uit volle borst.
In de verte, links van mij, gakken ganzen. Het zijn de opgehokte ganzen van de kinderboerderij.

En ik hoor nijlganzen. Ze vliegen met veel kabaal rond.
Ze landen na een tijdje rechts van mij, op een tak hoog in de met klimop begroeide populier. Ik zie duidelijk de lange poten. Ze hebben het hoogste woord.
Even later poetst de nijlgans de veren.DSC05635_nijlgans_populier kopie

Achter me trommelt een specht.
Even kijken. De specht heeft een rood onderlijf en de  kop is wit. Het is een vrouwtje.
Op de borst zijn de veren opgezet. Fluffy.
Ze spreidt de vleugels en lijkt de boom even te omarmen.
Hoog in de lucht zweeft een roofvogel. Een buizerd? Die zien ze hier vaker. Maar deze vogel mist de burgemeestersketting op zijn borst. Misschien is het een kiekendief?
Even later zie ik dezelfde roofvogel over de kinderboerderij vliegen. Nu zijn het er twee.
Een ooievaar zweeft ook over de kinderboerderij. De beide ooievaars beginnen te klepperen.

DSC05637 kopie

De nijlgans ligt ondertussen met de snavel tussen de veren, te dutten op de tak.
En de roodborst blijft onverstoorbaar zingen…
Ant

Sijzen en drijfsijzen

Sijzen en drijfsijzen. Wanneer je nooit naar vogels kijkt, dan kun je ze in deze twee groepen verdelen. Makkelijk en overzichtelijk. 🙂

Kijk je vaker naar vogels, dan zie je meer verschillen.
In het park zijn diverse kleurrijke vogels te zien. En met de kale bomen vallen de bewegingen nu veel meer op. Daarom zie je me soms stilletjes tussen de bomen in het park staan. Want na een tijdje tonen de vogeltjes zich. De vogels zijn er natuurlijk de hele tijd al. Maar ik zie ze pas echt, als ik zelf even stil sta.

Maandag ben ik op het kleine veldje rechts van de kinderboerderij.
In de struiken loopt een prachtig boomkruipertje op de stam van een boom omhoog. Vanwege het rode licht van de ondergaande zon, kleuren de veren glimmend donkerbruin. Het kromme snaveltje is goed te zien.DSC09085_mwpk_kauwtjes_mwpk kopie

Op het veldje pikken een paar eksters en een groep kauwen in het gras. Verderop wroeten ze het mos los op zoek naar iets eetbaars. Het mos komt bovenop het gras komt te liggen.

In de bomen kwetteren mezen.DSC05127_koolmees kopie
Eerst herken ik de pimpelmezen en koolmezen aan hun gele kleur. Ze hippen van tak naar tak. Vliegen naar de volgende boom en dan over het veld naar een nieuwe boom.
Ik hoor een vink, maar er zitten ook andere geluiden tussen. En dan is er opeens een groep van zo’n 30 actieve kleine vogeltjes. Ze kwetteren in de toppen van de elzenbomen.
Net als de pimpelmezen hangen ze op de kop in de zaden te pikken.
Het zijn barmsijzen… Qua kleur lijken ze een beetje op musjes met soms rood op de kop of borst en een vinkenpatroon op de vleugels. Ze vliegen van boomtop naar boomtop en eten tussendoor.
En als alle bomen op het veld aan de beurt zijn geweest, vliegen ze weer naar de eerste in de rij.

De zon is nu zo ver gezakt, dat het koud wordt.
Tijd om naar huis te gaan.

Ant

 

PS
Onze ‘parkbioloog’ heeft de barmsijs goed op de foto gekregen. Vandaar een toegift:_MG_0902 copy

De barmsijzen komen hier soms in de winter, wanneer er in de broedgebieden minder te eten is. De barmsijzen in ons park zijn de Grote Barmsijzen. Je ziet duidelijk de rode kruin. De jonge vogels hebben een minder rode kruin en zijn bruiner. De mannetjes hebben een rode borst, die in het broedseizoen roder wordt. Om ze dan te zien moet je naar het noorden, boven Denemarken of naar Noord-Amerika. En je kunt ze ook in de alpen zien.

Wil je meer weten over de vogels? Kijk op vogelbescherming. Daar vind je heldere en uitgebreide uitleg over de vogels.