Kijken met je handen

We geven bomenles aan groep zeven van de Bredeschool Merenwijk.

De les is in tweeën gesplitst. We geven een deel van de les in de klas en een deel buiten, in het Merenwijkpark.

In de klas
In de klas krijgen ze eerst een stuk theorie aan de hand van wat vragen.

  • Komen jullie weleens in het park?
    En zowaar, er gaan een paar vingers omhoog. Ze komen er chillen of gaan naar de kinderboerderij.
  • Kijk eens om jullie heen en benoem wat er van hout is gemaakt. Steek je vinger op.
    Ze geven antwoorden: Potlood, tafelblad, de krant, tekenpapier, plafond … eigenlijk best wel veel. Bomen zijn dus belangrijk om spullen van te maken
  • Waar zijn bomen nog meer belangrijk voor?
    Het maakt zuurstof weten ze te vertellen. Heel erg belangrijk dus!

Aan de hand van een powerpoint laten we ze ook zien dat er heel erg grote bomen op de wereld zijn. Een boom van 100 meter hoog, het lijkt wel een kathedraal.  De man naast een sequoiaboom lijkt heel erg nietig.
De foto van een stuk kaal gekapt bos met grote letters “Crime” eronder geeft de ernst  van ontbossing aan. Maar hebben we hier in Nederland niet hetzelfde gedaan?

Naar buiten

En dan naar buiten. Goed geordend. Twee aan twee, in een rij.
Met Ant die de rij sluit, Ron voorop en met iedereen er tussenin.
In het park gaan we naar de eikenboom.

DSC04921_groep7_mwpk_v2 kopie

Om de beurt mag iedereen de boom even aanraken. Deze boom groeide in heel Nederland toen Holland nog bedekt was met bossen. In de Gouden Eeuw werd het hout gebruikt voor de scheepsbouw. En toen er nauwelijks meer eiken waren, werden ze uit Scandinavië gehaald. De leerlingen raken allemaal de schors van de eik aan. De schors heeft scherpe groeven.

De schors is heel anders dan die van de drie bomen een eindje verderop.
Daar staan watercipressen.

DSC00855_mwpk_watercipres_smal

DSC00985_boom_Ron watercipres_mwpkMet een moeilijk woord: een metasequoia. De boom lijkt op de sequoia, waarvan we een foto hebben laten zien en komt uit Noord Amerika. De schors heeft wel wat weg van bladerdeeg, zacht en korrelig.

Met een meetlint nemen we de omtrek van de boom op. Rond de twee en een halve meter. En kijk nog eens goed. Heeft deze boom bladeren of naalden gehad? De naalden liggen nog onder de boom. Het is een naaldboom, die zijn naalden verliest in de herfst.

Deze boom is nog niet zo lang in Nederland en is pas in 1941 ontdekt in China. De watercipres is snel naar Nederland gehaald, want hij groeit snel en staat fraai in parken.
De bomenwandeling eindigen we bij de Grauwe abeel.

‘Ga maar allemaal in een halve maan bij de boom staan.’
‘Wij noemen de boom de majestueuze, mysterieuze boom omdat hij er zo indrukwekkend bij staat.’DSC09009abeel kopie_mwpk
(De vorm van de schors van de Grauwe abeel zie je bovenaan deze blog.)

Ze mogen vertellen wat hun opvalt aan de boom.
Hij is groot, een van de grootste bomen van het park, heeft enorme takken, heeft groen op de schors, is helemaal kaal, met een grote laag bladeren onder de boom.
En wij noemen hem Bas, aldus één van de keurig aangeklede dametjes.

Ant en ik gaan regelmatig even naar de boom toe.
Wij worden helemaal vrolijk van deze opmerking.
Jonge mensen die een boom als een vriend gaan zien.

Ron

Advertenties