Op paddenstoelen jacht!

Op zondagmiddag 11 november 2018 gingen 21 volwassenen, 23 kinderen en een groepje experts speuren naar paddenstoelen. De jacht was georganiseerd door IVN’ers en liefhebbers van het park.

Er was eerst een kleine introductie. Het ging over waar je bij paddenstoelen op moet letten;  waar de kans groot is om ze te vinden en hoe je ze goed kunt fotograferen. Duidelijk was, dat niet iedere paddenstoel een steel heeft. Dat het eigenlijk een soort schimmel is en dat je ze beter niet kunt eten, als je niet goed met paddenstoelen bekend bent.

Daarna gingen kleine groepjes op zoek  naar paddenstoelen.
Elk groepje kreeg een overzichtskaart mee van 35 paddenstoelen, die al eens in het Wijkpark Merenwijk gevonden zijn. Daardoor konden ze makkelijker zoeken en vinden. Tijdens het speuren hielpen IVN-gidsen en echte paddenstoelenexperts bij het uitzoeken van de soort. Maar zeker niet alle paddenstoelen stonden op die kaart. Er zijn er veel meer gevonden. Een aantal mensen hebben daar foto’s van gemaakt en deze naar de site gestuurd. Die zie je hieronder.

paddenstoelenbingo_fotos

De kinderen waren de echte speurders.  Zij vonden uiteindelijke de meeste paddenstoelen van de overzichtskaart en kregen een prijs mee naar huis.

Vond je dit leuk?
Het is niet de enige activiteit in het park.
Hier vind je wat er nog meer gebeurt in het park en er staat een link om je aan te melden voor volgende activiteiten. En als je elders de natuur in wilt, kijk dan eens op  de IVN-site van de Leidse regio.

Advertenties

Broedvogels in het park

Maart – juli  2018

Het eerste seizoen broedvogels tellen in het wijkpark van de Merenwijk zit erop. Het resultaat mag er wezen: er blijken minstens 35 soorten in het park te broeden. Ik zeg ‘minstens’ omdat de ervaring leert dat je, zeker met één teller en een beperkt aantal bezoeken, makkelijk een paar soorten mis kunt lopen. Op Cronesteyn heb ik weleens meegemaakt dat er tijdens de officiële ransuilenronde geen uil te horen was, terwijl je dan als het goed is de jongen luidruchtig hoort bedelen. De volgende dag zag een collega de takkelingen (pas uitgevlogen uiltjes die nog niet kunnen vliegen) gewoon zitten — ze hadden zeker net allemaal een muis gekregen toen we langskwamen.

Ook als je een vogel wèl ziet of hoort, levert dat dankzij de strenge criteria van de telmethode niet altijd een officieel broedgeval op: 6 van de 41 soorten mogelijke broedvogels die ik hoorde of zag, zijn bij het eindresultaat buiten de boot gevallen. Dan heb je bijvoorbeeld een tweede waarneming nodig, of het beestje moet echt zitten zingen, of de waarnemingen vallen net niet binnen de datumgrenzen voor die soort.


Overigens heb ik in het wijkpark voor de zekerheid een tweede ransuilenbezoek gebracht, maar dat leverde nog steeds geen uilen op. Wel een jonge kraai die uit het nest was gevallen — er zat al een kat bij, dus ik was net op tijd. Bij zo’n avondbezoek zie je pas hoeveel katten er dan door het park struinen en dat zal heel wat vogels het leven kosten.

De liefhebbers van de sperwers die de afgelopen jaren in het park hebben gebroed, zijn dit jaar teleurgesteld: in maart zijn deze fraaie rovers nog wel langs geweest, maar vervolgens weer vertrokken. Het goede nieuws is dat er in het late voorjaar wel een paar keer boomvalken zijn gespot in het park, al is het nog niet duidelijk of die zich echt hebben gevestigd. Volgend jaar nieuwe kansen.


Dat geldt ook voor de ijsvogel en de groene specht, die wel zijn gesignaleerd maar (nog) niet officieel genoteerd konden worden. De grote bonte specht daarentegen heeft maar liefst drie territoria in het park. Een andere typische loofbosvogel, de boomkruiper, doet het ook prima (5). En uiteraard is er een overvloed aan kool- en pimpelmezen, zwartkoppen, merels, tjiftjafs, roodborsten en houtduiven, terwijl de talrijkste soort het kleine, maar luidruchtige winterkoninkje is met 20 territoria. Een aantal soorten is maar met één territorium vertegenwoordigd, in elk geval dit jaar: staartmees, fitis, putter en tuinfluiter. Aan de oostrand van het park, vlakbij de Vlinders, broedden zowel de knobbelzwanen met hun niet te missen nest (9 jongen) als de onooglijke kleine karekieten in de rietkraag. En op een steenworp afstand vind je dan in de koestal van de kinderboerderij een nestje van de boerenzwaluw en in het bos een bescheiden roepende holenduif — een prachtige duif en één van mijn favorieten in het park.

Een park met een gevarieerd landschap, wat dode bomen en allerlei verschillende voedselbronnen levert dus heel wat vogelsoorten op. De watervogels maken het plaatje compleet: natuurlijk veel wilde en boereneenden en meerkoeten, maar ook met de waterhoentjes gaat het prima (6 territoria) en we mogen ook een paartje krakeend noteren.

Hier vind je de complete lijst, met kaartjes per soort. En dan is het wachten nu op de wintergasten 🙂

Corinna Vermeulen

Blog broedvogels in maart
Blog broedvogels in mei
Nog meer Vogels in het park

Paddenstoelen ploppen op

Merken jullie het ook ?
Er verandert van alles in het park.
De bomen worden geel, rood en bruin.
Er komen overal jonge groene scheuten uit de grond, alsof het weer lente is.
Ik zie fluitenkruid, look-zonder-look, brandnetels en bosaardbeien uitlopen.
En de vlieren, die zo dood leken, krijgen gelukkig weer groene blaadjes…
En overal komen paddenstoelen op.

Het is weer paddenstoelentijd!
Start daarom nu met de paddenstoelenbingo!
Download de 4 pagina’s, print ze en kijk of jij ze kunt vinden. Er staat bij hoe ze heten.

In deze periode van het jaar zijn er veel meer paddenstoelen te zien dan in de rest van het jaar. De natte dagen hebben dan ook één groot voordeel…
De paddenstoelen ploppen overal op.  In het park zie ik bij elke wandeling weer nieuwe.

Sommige paddenstoelen staan er maar heel kort en dan zijn ze alweer verschrompeld. Dat kan binnen een week gebeurd zijn. Ik zie ze op dood hout of op de grond en ze hebben allerlei vormen. Ze lijken op propjes, korstjes, bankjes, knotsjes, stokjes, knoopjes, bekertjes, takjes, waaiertjes, kleedjes, parapluutjes of parasolletjes of hebben andere ondefinieerbare vormen. Sommige paddenstoelen veranderen ook nog eens enorm. Zijn het eerst zachte oranje frummels, een paar dagen later waaieren ze uit tot een prachtig boeket mooi gevormde zwammen. En weer andere zijn zo klein, dat ze je eerst niet opvallen. Dat je ze bijna vertrapt, om naar de grote te kijken.

Wil je weten wat voor paddenstoelen het zijn…
Op de paddenstoelenpagina staan een paar links om het uit te zoeken.

Ant

Nazomeren met getsjirp

Je kunt al een tijdje dit geluid  in de wijk horen.
Het klinkt vanaf de namiddag tot diep in de nacht.
In de maanden juli tot en met uiterlijk oktober.

Het is het tsjirpen van de grote groene sabelsprinkhaan. Ze maken het geluid door de voorvleugels langs elkaar te wrijven. In dit filmpje zie je hoe een veldkrekel dat doet.
Als je eenmaal op het geluid gaat letten, ga je het heel vaak horen.
De sprinkhanen zijn te vinden op op allerlei plaatsen met hoge, ruige vegetatie.

De mannetjes ‘tsjirpen’ om een vrouwtje te lokken. Als de vrouwtjes bevrucht zijn, dan leggen ze rond september ruim 200 eitjes. Met hun legbuis leggen ze de eitjes één voor één in kleine groepjes in schorsspleten of in losse bodem waar lang gras groeit. De eitjes overwinteren  in de grond (soms 2 of meer jaar).
Maar  de sprinkhanen sterven over een paar weken.

In de lente komen de jonge groene sabelsprinkhanen (de nimfen) uit de eitjes. Ze hebben dan nog geen vleugels. Daarna vervellen ze zo’n 7 keer, omdat ze uit hun vel groeien en dan blijven ze in de lagere begroeiing. Rond eind juni zijn ze volwassen en dan kruipen ze  op bomen en hogere planten om beter te kunnen jagen en te zonnen. Ze kunnen dan pas ‘vliegen’. Door hoog te springen kunnen ze zo een tiental meters weg zweven.

De grote groene sabelsprinkhaan is trouwens één van de grootste Nederlandse insecten. Ze eten bladeren en bloemen en ongewervelde dieren. Dit kunnen ook andere soorten kleine sprinkhanen zijn.

Ant

Met dank aan Roy voor het oplossen van het raadsel,
de foto en zijn onderzoek.

Meer informatie:

Piepjes op een zwoele zomeravond

Op een warme zomeravond in juni en juli, als het schemert, hoor je ze …

Een wijkbewoner stuurde hierover het volgende stukje naar de site:

Hoi Ant,

Ik ben de maker van deze foto, gemaakt in de Merenwijk.

Vorig jaar in juli 2017 maakte ik deze foto van deze beauty, die hoog in een boom zat, in een tuin. Enkele ransuilen bleken in juni / juli 2017 elke avond te bedelen om voedsel, ook al waren ze niet / nauwelijks te zien. Ze zaten in de Merenwijk … in de hoek van de Jachthaven … in hoge bomen … en ook in de hoge bomen langs de Drontermeerlaan.
Ik hoorde uit verschillende hoeken het repeterende kie-èk geluid komen  … het ging om verschillende dieren … maar welke?
 Na een zoektocht op internet kwam ik erachter dat een nest jonge ransuilen hier in de nabijheid moest zijn opgegroeid en uitgevlogen. Uitgevlogen jonge ransuilen blijven dan nog een tijdje in de buurt van de moeder om bijgevoerd te worden. Ransuilen eten veel muizen. Muizen waren kennelijk in de nabije weilanden voldoende te vinden.
 
Toen ik erachter was gekomen dat het repeterende kie-èk – geluid van ransuilen afkomstig was, ben ik een paar avonden speciaal in de tuin gaan zitten om te kijken of ik een ransuil te zien zou krijgen.
 Op een avond had ik het geluk dat ik  … én op het juiste moment … én in de goede richting keek .. én zodoende een ransuil zag vliegen  … én daarbij had ik het geluk … dat deze ransuil precies in een boom ging zitten … zodat ik er een foto van kon maken.

Groeten van Els

In delen van de wijk hoor je dus dit geluid.
Het harde schrille gepiep/gekrijs van de jonge ransuilen.
Soms begeleiden de ouders ze, met iets lagere tonen.
De ransuilen zijn hier het hele jaar door, maar de rest van het jaar vallen ze niet zo op.
Als ze zelfstandig zijn, zwermen de jonge ransuilen uit en kunnen ze honderden kilometers ver weg trekken.

Rek- en strekoefeningen van de jeugd
Andere bewoners van de wijk hebben ook naar de jonge ransuilen geluisterd en gekeken. Het viel ze op dat de jonge uiltjes allerlei rek-, strek- en draaibewegingen maakten met hun kop.
Op Vroege Vogels leggen ze uit waarom ze dat doen:

Ransuilen zijn nachtelijke jagers en gebruiken daarbij vooral hun gehoor. Om erachter te komen waar een klein muisje zich precies schuil houdt in het donker, zijn dan wel wat speciale aanpassingen nodig. Hoewel je de oren van een ransuil niet kunt zien, zijn deze heel groot. Ze zitten aan de zijkant van de kop. (De oorpluimpjes zijn dus niet de oren van een ransuil.) Speciale veren zorgen ervoor dat het geluid de oorholtes goed bereikt. Het ene oor van een ransuil zit bovendien iets hoger dan het andere. Zo kunnen ze niet alleen horen of een geluid van links of van rechts komt, maar ook hoe hoog of laag de maker van het geluid zit. Geluiden uit een bepaalde richting komen een fractie eerder aan bij het ene oor dan het andere. De uil beweegt z’n kop heen en weer totdat het geluid precies tegelijkertijd beide oren bereikt en op dat moment kijkt hij rechtstreeks naar de bron van het geluid. Ook de hersenen van de uil zijn aangepast om al deze geluidsinformatie te kunnen verwerken. Op basis van geluiden schijnt een uil zelfs een plattegrond van z’n omgeving te kunnen vormen. Maar voordat het zover is moeten jonge ransuilen wel eerst veel oefenen. Dat doen ze door veelvuldig met hun kop te bewegen en het geluid te vergelijken met de verschillende standen van hun kop.
Dit is een filmpje van het rekken en strekken.

Op de site van de vogelbescherming vind je nog andere informatie over de ransuilen.

Andere zomerpiepjes in de lucht

Een ander geluid dat je vaak op zomeravonden hoort is dat van de zwaluwtjes.
Het zijn hoge schrille piepjes. Het zijn de gierzwaluwen, die over de wijk vliegen.
Je herkent ze aan de strakke zwarte sikkelvorm en ze hebben vrij korte staartjes.

De zwaluwtjes vliegen meestal in groepjes. Soms hoog in de lucht, soms laag over de huizen. Ze vliegen in de luchtlaag waar het meeste voedsel zit. Daar zijn de vliegende insecten, zoals muggen, (zweef)vliegen en dag- en nachtvlinders, die ze in volle vaart vangen. Dit is de enige manier waarop ze eten.

De gierzwaluwen leven van half april/mei tot en met juli in Nederland, waar ze hun nesten maken in holtes van gebouwen. Ze overwinteren in een gebied tussen Mali en Congo, in Afrika.

En dus…
Als ik de gierzwaluwtjes hoor, dan is het voor mij zomer.

Ant

Waterdiertjes tellen

Van 7 mei tot 13 mei 2018 was de Week van Ons Water en de Nationale Waterdiertjestelling.  Scholieren en vrijwilligers uit het hele land waren waterschorpioenen, libellenlarven, rugzwemmers en andere waterdieren tellen. Gegevens uit de telling helpen de waterbeheerders  bij het bepalen van de kwaliteit van ons water. Dat staat in het bericht van Nature Today.

Wil je meehelpen? Dat is heel gemakkelijk. Op waterdiertjes.nl kun je de dieren die je ziet invoeren. Als je meer dan 50 diertjes hebt, dan krijg je direct de score van de waterkwaliteit.

In maart kon dit nog niet. Toen deden middelbare scholieren in het park het op de ouderwetse manier. Dit zijn hun resultaten.

Welke dieren zijn gevonden?

DSC05845_Watervlo_Daphnia_mwpk kopieHet water zit vol met watervlooien. Die zie je hiernaast.
Er zitten eenoogkreeftjes in, met een langwerpige staart, waarbij eentje twee bolletjes aan de zijkant heeft. Hier zitten eitjes in (middenonder op foto).

Er zijn kevertjes gevangen. Een paar hebben een luchtbel onderaan hun schild. Dit zijn schrijvertjes of draaikevers. Ze maken onder water namelijk draaiende, lus-achtige zigzagbewegingen. Het voedsel bestaat uit allerlei kleine dieren die ze op het wateroppervlak vangen en leeg zuigen.
Een paar kevervormige dieren hebben lange poten. Dit zijn geen kevertjes, maar wantsen. Het zijn bootsmannetjes. De schrijvertjes en bootsmannetjes kunnen vliegen, maar dat doen ze zelden.DSC05839_waterezeltje_asellus aquaticus_mwpk kopie

Een paar beestjes blijven vechten, wanneer ze in het potje zitten. Het lijken zoetwatervlokreeftjes, maar wanneer ze rustiger zijn, blijken het zoetwaterpissebedden te zijn, die ze ook waterezeltjes noemen.

En natuurlijk de slak. DSC05847_moerasslak_mwpkDe slak is een Spitse moerasslak en leeft in stilstaand water met rijke plantengroei. Meestal worden ze 45 bij 34 millimeter. Deze slakken komen veel in Nederland voor, maar deze was echt heel groot. Ze zijn eierlevendbarend. Dat betekent dat de eieren nog een tijd in de schelp blijven totdat het complete mini-slakjes zijn geworden en als het weer goed genoeg gaan ze zelf het water in.

Wat betekent dit voor de waterkwaliteit?

De waterkwaliteit in Nederland is de laatste tientallen jaren sterk verbeterd, maar nog geregeld zitten er te veel meststoffen, bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen in (volgens het bericht).
Wat is nu de waterkwaliteit in het park?

Voor het professioneel vaststellen van de waterkwaliteit moet je van meer dan 50 soorten heel veel beestjes vangen. Met deze aantallen krijg je inzicht in hoeveel verschillende beestjes in het water zitten. Door de grote aantallen en vooral de verhoudingen daarin, bepaal je dan de kwaliteit. Dat zijn de getallen in de gekleurde tabel.

Maar voor het vangen van zoveel beestjes was nu geen tijd. Dus proberen we een  indicatie te geven met de gevangen beestjes.Schermafbeelding 2018-05-14 om 10.13.48

De gevangen beestjes staan in de tabel hiernaast (waarbij de Kaphoornslak voor de Moerasslak staat.)

Een kwaliteitsindicatie van 1 betekent dat dieren een zeer slechte waterkwaliteit aan kunnen. Staat bij een diertje een 5, dan komt die alleen voor in uitstekende waterkwaliteit. Je ziet dat de gevangen diertjes tussen de 2 en 5 scoren. Maar omdat een Schrijvertje hier wil zwemmen en er best veel met een indicatie van 4 zijn, concluderen we dat het water op deze plek eigenlijk best goed is.

Wil je zelf aan de slag? Dat is nu veel gemakkelijker. Sinds deze week kun je op waterdiertjes.nl de dieren die je ziet invoeren. Als je meer dan 50 diertjes hebt, dan krijg je direct de score van de waterkwaliteit.

Herken je de diertjes niet goed genoeg. Op internet zijn veel zoekkaarten te vinden om te bepalen welk beestje je hebt gevangen. Of je gebruikt de dierenzoeker.

Ant

Broedvogels in het park (mei)

Begin mei 2018

Het broedseizoen is nu op zijn hoogtepunt: ’s ochtends vroeg een menigte zingende vogels, her en der meerkoeten en andere watervogels op hun nest, er wordt nog druk met nestmateriaal gesleept en met voer voor de broedende partner of voor de kuikens. De zomergasten die je in het wijkpark vooral kunt verwachten, zijn intussen allemaal gearriveerd: zwartkop, tjiftjaf, tuinfluiter en fitis.

Van zangvogels vind je bijna nooit een nest, maar dat hoeft ook niet om te weten waar er een territorium zit: daar zitten ze te zingen, vaak tegelijk met de dichtstbijzijnde soortgenoot (overigens zijn het niet altijd de mannetjes die zingen). Van roofvogels daarentegen zijn de nesten relatief makkelijk te vinden en met een beetje geluk hoor je ze ook nog naar elkaar roepen. Maar ondanks al mijn gespeur heb ik het sperwernest dit jaar nog niet gevonden. Sperwers bouwen namelijk elk jaar een nieuw nest, meestal binnen enige tientallen meters van het vorige, en ‘onze’ sperwers worden nog steeds in het park gespot. Tips over het nest graag doorgeven aan de beheerder van deze site 🙂

Een typische soort van bos en park die het bij ons goed doet is de boomkruiper. In het park zitten minstens drie territoria. Ze hebben vrij grote bomen nodig met een lekker ruwe schors om tegenop te kruipen en insectjes uit te halen; daar staan er dus genoeg van in het park. Boomkruipers zijn holebroeders, maar dat moet je ruim opvatten: ze kunnen ook onderin grote roofvogelnesten broeden (erg cool) en ik heb er ook wel eens twee tegen een hoog gebouw op zien lopen om vervolgens in een holletje onder de dakrand te verdwijnen.

Nog een vogeltje waar ik persoonlijk erg op gesteld ben is de staartmees. Staartmezen maken hun nestje op de groei: het is elastisch doordat ze er o.a. spinnewebben in verwerken. Dan passen er heel veel kleine staartmeesjes in die steeds groter worden. Niettemin gaat het niet goed met deze soort. Heeft dat te maken met de dramatische insectensterfte?

Corinna Vermeulen

 

Met dank aan Herman Berkhoudt voor de foto van de boomkruiper.

Blog Broedvogels 2018
Blog Broedvogels mei 2018
Nog meer Vogels in het park