Vleermuizen spotten

Op zaterdagavond 25 augustus 2018 heb je de kans om vleermuizen te spotten.

Tijdens de jaarlijkse Nacht van de Vleermuis, is er een spannende vleermuisexcursie bij het Wijkpark Merenwijk. Bij de kinderboerderij Merenwijk leven wel vijf verschillende soorten. We sporen deze vleermuizen op met een batdetector en misschien zie je ze met eigen ogen.

Als de schemer valt, kun je ze zien scheren over het water, langs de bomen en andere obstakels. Ze gaan dan op insectenjacht. Dat is hard werken, want ze eten minimaal 500 insecten per nacht!
De vleermuizen zijn echte luchtacrobaten. Snel, wendbaar, zonder geluid. Maar met de batdetector ga je ze horen en zien.
De gidsen van IVN vertellen je er meer over.

Er is een presentatie en een excursie!

De presentatie en excursie zijn voor volwassenen en kinderen vanaf 9 jaar.

Om 19:30 uur begint de presentatie over de vleermuizen.
Om 20.30 uur start de excursie.
Het einde is om 22.00.
Voor beide activiteiten verzamelen we bij de hoofdingang van de kinderboerderij Merenwijk.

Aanmelden is niet verplicht maar wel gewenst via dit aanmeldingsformulier.
We kunnen je dan appen, wanneer het te hard regent. De vleermuizen gaan dan namelijk niet op jacht en dan gaat de excursie niet door.

Het adres: Parkzicht 100, Leiden.
Meer praktische informatie:

  • Neem warme kleding mee, het kan ’s avonds al flink afkoelen
  • Geef je mobiele telefoonnummer door. Als het hard regent vliegen vleermuizen niet en gaat de excursie niet door.
  • Voor parkeren met de auto is Parkzicht 2 het adres.
  • Je vragen mail je naar merenwijkpark@gmail.com.
Advertenties

Piepjes op een zwoele zomeravond

Op een warme zomeravond in juni en juli, als het schemert, hoor je ze …

Een wijkbewoner stuurde hierover het volgende stukje naar de site:

Hoi Ant,

Ik ben de maker van deze foto, gemaakt in de Merenwijk.

Vorig jaar in juli 2017 maakte ik deze foto van deze beauty, die hoog in een boom zat, in een tuin. Enkele ransuilen bleken in juni / juli 2017 elke avond te bedelen om voedsel, ook al waren ze niet / nauwelijks te zien. Ze zaten in de Merenwijk … in de hoek van de Jachthaven … in hoge bomen … en ook in de hoge bomen langs de Drontermeerlaan.
Ik hoorde uit verschillende hoeken het repeterende kie-èk geluid komen  … het ging om verschillende dieren … maar welke?
 Na een zoektocht op internet kwam ik erachter dat een nest jonge ransuilen hier in de nabijheid moest zijn opgegroeid en uitgevlogen. Uitgevlogen jonge ransuilen blijven dan nog een tijdje in de buurt van de moeder om bijgevoerd te worden. Ransuilen eten veel muizen. Muizen waren kennelijk in de nabije weilanden voldoende te vinden.
 
Toen ik erachter was gekomen dat het repeterende kie-èk – geluid van ransuilen afkomstig was, ben ik een paar avonden speciaal in de tuin gaan zitten om te kijken of ik een ransuil te zien zou krijgen.
 Op een avond had ik het geluk dat ik  … én op het juiste moment … én in de goede richting keek .. én zodoende een ransuil zag vliegen  … én daarbij had ik het geluk … dat deze ransuil precies in een boom ging zitten … zodat ik er een foto van kon maken.

Groeten van Els

In delen van de wijk hoor je dus dit geluid.
Het harde schrille gepiep/gekrijs van de jonge ransuilen.
Soms begeleiden de ouders ze, met iets lagere tonen.
De ransuilen zijn hier het hele jaar door, maar de rest van het jaar vallen ze niet zo op.
Als ze zelfstandig zijn, zwermen de jonge ransuilen uit en kunnen ze honderden kilometers ver weg trekken.

Rek- en strekoefeningen van de jeugd
Andere bewoners van de wijk hebben ook naar de jonge ransuilen geluisterd en gekeken. Het viel ze op dat de jonge uiltjes allerlei rek-, strek- en draaibewegingen maakten met hun kop.
Op Vroege Vogels leggen ze uit waarom ze dat doen:

Ransuilen zijn nachtelijke jagers en gebruiken daarbij vooral hun gehoor. Om erachter te komen waar een klein muisje zich precies schuil houdt in het donker, zijn dan wel wat speciale aanpassingen nodig. Hoewel je de oren van een ransuil niet kunt zien, zijn deze heel groot. Ze zitten aan de zijkant van de kop. (De oorpluimpjes zijn dus niet de oren van een ransuil.) Speciale veren zorgen ervoor dat het geluid de oorholtes goed bereikt. Het ene oor van een ransuil zit bovendien iets hoger dan het andere. Zo kunnen ze niet alleen horen of een geluid van links of van rechts komt, maar ook hoe hoog of laag de maker van het geluid zit. Geluiden uit een bepaalde richting komen een fractie eerder aan bij het ene oor dan het andere. De uil beweegt z’n kop heen en weer totdat het geluid precies tegelijkertijd beide oren bereikt en op dat moment kijkt hij rechtstreeks naar de bron van het geluid. Ook de hersenen van de uil zijn aangepast om al deze geluidsinformatie te kunnen verwerken. Op basis van geluiden schijnt een uil zelfs een plattegrond van z’n omgeving te kunnen vormen. Maar voordat het zover is moeten jonge ransuilen wel eerst veel oefenen. Dat doen ze door veelvuldig met hun kop te bewegen en het geluid te vergelijken met de verschillende standen van hun kop.
Dit is een filmpje van het rekken en strekken.

Op de site van de vogelbescherming vind je nog andere informatie over de ransuilen.

Andere zomerpiepjes in de lucht

Een ander geluid dat je vaak op zomeravonden hoort is dat van de zwaluwtjes.
Het zijn hoge schrille piepjes. Het zijn de gierzwaluwen, die over de wijk vliegen.
Je herkent ze aan de strakke zwarte sikkelvorm en ze hebben vrij korte staartjes.

De zwaluwtjes vliegen meestal in groepjes. Soms hoog in de lucht, soms laag over de huizen. Ze vliegen in de luchtlaag waar het meeste voedsel zit. Daar zijn de vliegende insecten, zoals muggen, (zweef)vliegen en dag- en nachtvlinders, die ze in volle vaart vangen. Dit is de enige manier waarop ze eten.

De gierzwaluwen leven van half april/mei tot en met juli in Nederland, waar ze hun nesten maken in holtes van gebouwen. Ze overwinteren in een gebied tussen Mali en Congo, in Afrika.

En dus…
Als ik de gierzwaluwtjes hoor, dan is het voor mij zomer.

Ant

Waterdiertjes tellen

Van 7 mei tot 13 mei 2018 was de Week van Ons Water en de Nationale Waterdiertjestelling.  Scholieren en vrijwilligers uit het hele land waren waterschorpioenen, libellenlarven, rugzwemmers en andere waterdieren tellen. Gegevens uit de telling helpen de waterbeheerders  bij het bepalen van de kwaliteit van ons water. Dat staat in het bericht van Nature Today.

Wil je meehelpen? Dat is heel gemakkelijk. Op waterdiertjes.nl kun je de dieren die je ziet invoeren. Als je meer dan 50 diertjes hebt, dan krijg je direct de score van de waterkwaliteit.

In maart kon dit nog niet. Toen deden middelbare scholieren in het park het op de ouderwetse manier. Dit zijn hun resultaten.

Welke dieren zijn gevonden?

DSC05845_Watervlo_Daphnia_mwpk kopieHet water zit vol met watervlooien. Die zie je hiernaast.
Er zitten eenoogkreeftjes in, met een langwerpige staart, waarbij eentje twee bolletjes aan de zijkant heeft. Hier zitten eitjes in (middenonder op foto).

Er zijn kevertjes gevangen. Een paar hebben een luchtbel onderaan hun schild. Dit zijn schrijvertjes of draaikevers. Ze maken onder water namelijk draaiende, lus-achtige zigzagbewegingen. Het voedsel bestaat uit allerlei kleine dieren die ze op het wateroppervlak vangen en leeg zuigen.
Een paar kevervormige dieren hebben lange poten. Dit zijn geen kevertjes, maar wantsen. Het zijn bootsmannetjes. De schrijvertjes en bootsmannetjes kunnen vliegen, maar dat doen ze zelden.DSC05839_waterezeltje_asellus aquaticus_mwpk kopie

Een paar beestjes blijven vechten, wanneer ze in het potje zitten. Het lijken zoetwatervlokreeftjes, maar wanneer ze rustiger zijn, blijken het zoetwaterpissebedden te zijn, die ze ook waterezeltjes noemen.

En natuurlijk de slak. DSC05847_moerasslak_mwpkDe slak is een Spitse moerasslak en leeft in stilstaand water met rijke plantengroei. Meestal worden ze 45 bij 34 millimeter. Deze slakken komen veel in Nederland voor, maar deze was echt heel groot. Ze zijn eierlevendbarend. Dat betekent dat de eieren nog een tijd in de schelp blijven totdat het complete mini-slakjes zijn geworden en als het weer goed genoeg gaan ze zelf het water in.

Wat betekent dit voor de waterkwaliteit?

De waterkwaliteit in Nederland is de laatste tientallen jaren sterk verbeterd, maar nog geregeld zitten er te veel meststoffen, bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen in (volgens het bericht).
Wat is nu de waterkwaliteit in het park?

Voor het professioneel vaststellen van de waterkwaliteit moet je van meer dan 50 soorten heel veel beestjes vangen. Met deze aantallen krijg je inzicht in hoeveel verschillende beestjes in het water zitten. Door de grote aantallen en vooral de verhoudingen daarin, bepaal je dan de kwaliteit. Dat zijn de getallen in de gekleurde tabel.

Maar voor het vangen van zoveel beestjes was nu geen tijd. Dus proberen we een  indicatie te geven met de gevangen beestjes.Schermafbeelding 2018-05-14 om 10.13.48

De gevangen beestjes staan in de tabel hiernaast (waarbij de Kaphoornslak voor de Moerasslak staat.)

Een kwaliteitsindicatie van 1 betekent dat dieren een zeer slechte waterkwaliteit aan kunnen. Staat bij een diertje een 5, dan komt die alleen voor in uitstekende waterkwaliteit. Je ziet dat de gevangen diertjes tussen de 2 en 5 scoren. Maar omdat een Schrijvertje hier wil zwemmen en er best veel met een indicatie van 4 zijn, concluderen we dat het water op deze plek eigenlijk best goed is.

Wil je zelf aan de slag? Dat is nu veel gemakkelijker. Sinds deze week kun je op waterdiertjes.nl de dieren die je ziet invoeren. Als je meer dan 50 diertjes hebt, dan krijg je direct de score van de waterkwaliteit.

Herken je de diertjes niet goed genoeg. Op internet zijn veel zoekkaarten te vinden om te bepalen welk beestje je hebt gevangen. Of je gebruikt de dierenzoeker.

Ant

Broedvogels in het park (mei)

Begin mei 2018

Het broedseizoen is nu op zijn hoogtepunt: ’s ochtends vroeg een menigte zingende vogels, her en der meerkoeten en andere watervogels op hun nest, er wordt nog druk met nestmateriaal gesleept en met voer voor de broedende partner of voor de kuikens. De zomergasten die je in het wijkpark vooral kunt verwachten, zijn intussen allemaal gearriveerd: zwartkop, tjiftjaf, tuinfluiter en fitis.

Van zangvogels vind je bijna nooit een nest, maar dat hoeft ook niet om te weten waar er een territorium zit: daar zitten ze te zingen, vaak tegelijk met de dichtstbijzijnde soortgenoot (overigens zijn het niet altijd de mannetjes die zingen). Van roofvogels daarentegen zijn de nesten relatief makkelijk te vinden en met een beetje geluk hoor je ze ook nog naar elkaar roepen. Maar ondanks al mijn gespeur heb ik het sperwernest dit jaar nog niet gevonden. Sperwers bouwen namelijk elk jaar een nieuw nest, meestal binnen enige tientallen meters van het vorige, en ‘onze’ sperwers worden nog steeds in het park gespot. Tips over het nest graag doorgeven aan de beheerder van deze site 🙂

Een typische soort van bos en park die het bij ons goed doet is de boomkruiper. In het park zitten minstens drie territoria. Ze hebben vrij grote bomen nodig met een lekker ruwe schors om tegenop te kruipen en insectjes uit te halen; daar staan er dus genoeg van in het park. Boomkruipers zijn holebroeders, maar dat moet je ruim opvatten: ze kunnen ook onderin grote roofvogelnesten broeden (erg cool) en ik heb er ook wel eens twee tegen een hoog gebouw op zien lopen om vervolgens in een holletje onder de dakrand te verdwijnen.

Nog een vogeltje waar ik persoonlijk erg op gesteld ben is de staartmees. Staartmezen maken hun nestje op de groei: het is elastisch doordat ze er o.a. spinnewebben in verwerken. Dan passen er heel veel kleine staartmeesjes in die steeds groter worden. Niettemin gaat het niet goed met deze soort. Heeft dat te maken met de dramatische insectensterfte?

Corinna Vermeulen

 

Met dank aan Herman Berkhoudt voor de foto van de boomkruiper.

Broedvogels in het park (maart)

24 maart 2018

Vanochtend in het wijkpark van de Merenwijk de eerste broedvogeltelling van dit jaar gedaan. Een kwartier voor zonsopgang hoorde je overal de vroege zangers, vooral merels en roodborsten. De rest wordt iets later wakker. Zo vroeg in het voorjaar zijn het vooral de standvogels die je tegenkomt: die hebben hier de winter doorstaan en als beloning kunnen ze lekker vroeg aan het broedseizoen beginnen. Behalve merels en roodborstjes moet je in ons park dan vooral denken aan mezen, winterkoningen, boomkruipers en de grote bonte specht (van die laatste kun je er twee horen roffelen in het park). De sperwers zijn ook hier gebleven, er liet er zich vandaag weer één zien. De ooievaars zitten alweer op het nest en de halsbandparkieten zijn druk in de weer met het uitzoeken van een fijne nestholte in een boom.

De zwartkop was altijd een zomergast die begin april uit het zuiden terugkwam, maar door de klimaatverandering zijn er tegenwoordig ook zwartkoppen die ’s winters hier blijven of in maart al terugkomen. Vanochtend was in het wijkpark ook al weer de fraaie zang van een zwartkop te horen – net als het eenvoudige liedje van de eerste tjiftjaf. Er zullen er de komende tijd nog wel een paar bij komen in het park 🙂

Er zit al zeker een maand een mannetje slobeend in het wijkpark – we zullen maar hopen dat hij goed terechtkomt. Ondanks het begin van het voorjaar zijn er ook nog steeds typische wintergasten: er liepen vandaag vier koperwieken te scharrelen bij de kinderboerderij en een paar honderd meter verder zat een groep sijsjes. Die zijn vaker in het park gezien deze winter, getuige waarneming.nl. Daar kun je gelijk zien wat een aantal trouwe waarnemers de laatste maanden aan wintergasten heeft doorgegeven: houtsnip, watersnip, grote zilverreiger, goudhaan, vuurgoudhaan, grote gele kwikstaart, grote barmsijs, puttertjes en als klap op de vuurpijl de toch best zeldzame waterral.

Zo zie je maar dat een op het eerste gezicht heel gewoon wijkpark een belangrijke functie vervult voor allerlei vogels.

Corinna Vermeulen

 

P.S. In de lente zijn livebeelden te zien van diverse broedende vogels op de site van de vogelbescherming.

Kijken met je handen

We geven bomenles aan groep zeven van de Bredeschool Merenwijk.

De les is in tweeën gesplitst. We geven een deel van de les in de klas en een deel buiten, in het Merenwijkpark.

In de klas
In de klas krijgen ze eerst een stuk theorie aan de hand van wat vragen.

  • Komen jullie weleens in het park?
    En zowaar, er gaan een paar vingers omhoog. Ze komen er chillen of gaan naar de kinderboerderij.
  • Kijk eens om jullie heen en benoem wat er van hout is gemaakt. Steek je vinger op.
    Ze geven antwoorden: Potlood, tafelblad, de krant, tekenpapier, plafond … eigenlijk best wel veel. Bomen zijn dus belangrijk om spullen van te maken
  • Waar zijn bomen nog meer belangrijk voor?
    Het maakt zuurstof weten ze te vertellen. Heel erg belangrijk dus!

Aan de hand van een powerpoint laten we ze ook zien dat er heel erg grote bomen op de wereld zijn. Een boom van 100 meter hoog, het lijkt wel een kathedraal.  De man naast een sequoiaboom lijkt heel erg nietig.
De foto van een stuk kaal gekapt bos met grote letters “Crime” eronder geeft de ernst  van ontbossing aan. Maar hebben we hier in Nederland niet hetzelfde gedaan?

Naar buiten

En dan naar buiten. Goed geordend. Twee aan twee, in een rij.
Met Ant die de rij sluit, Ron voorop en met iedereen er tussenin.
In het park gaan we naar de eikenboom.

DSC04921_groep7_mwpk_v2 kopie

Om de beurt mag iedereen de boom even aanraken. Deze boom groeide in heel Nederland toen Holland nog bedekt was met bossen. In de Gouden Eeuw werd het hout gebruikt voor de scheepsbouw. En toen er nauwelijks meer eiken waren, werden ze uit Scandinavië gehaald. De leerlingen raken allemaal de schors van de eik aan. De schors heeft scherpe groeven.

De schors is heel anders dan die van de drie bomen een eindje verderop.
Daar staan watercipressen.

DSC00855_mwpk_watercipres_smal

DSC00985_boom_Ron watercipres_mwpkMet een moeilijk woord: een metasequoia. De boom lijkt op de sequoia, waarvan we een foto hebben laten zien en komt uit Noord Amerika. De schors heeft wel wat weg van bladerdeeg, zacht en korrelig.

Met een meetlint nemen we de omtrek van de boom op. Rond de twee en een halve meter. En kijk nog eens goed. Heeft deze boom bladeren of naalden gehad? De naalden liggen nog onder de boom. Het is een naaldboom, die zijn naalden verliest in de herfst.

Deze boom is nog niet zo lang in Nederland en is pas in 1941 ontdekt in China. De watercipres is snel naar Nederland gehaald, want hij groeit snel en staat fraai in parken.
De bomenwandeling eindigen we bij de Grauwe abeel.

‘Ga maar allemaal in een halve maan bij de boom staan.’
‘Wij noemen de boom de majestueuze, mysterieuze boom omdat hij er zo indrukwekkend bij staat.’DSC09009abeel kopie_mwpk
(De vorm van de schors van de Grauwe abeel zie je bovenaan deze blog.)

Ze mogen vertellen wat hun opvalt aan de boom.
Hij is groot, een van de grootste bomen van het park, heeft enorme takken, heeft groen op de schors, is helemaal kaal, met een grote laag bladeren onder de boom.
En wij noemen hem Bas, aldus één van de keurig aangeklede dametjes.

Ant en ik gaan regelmatig even naar de boom toe.
Wij worden helemaal vrolijk van deze opmerking.
Jonge mensen die een boom als een vriend gaan zien.

Ron

Op het groene bankje

DSC05642 hazelaar_katjes kopie

Op het laatste oude groene bankje van het park schijnt een heerlijk zonnetje. Ik ga er even zitten en krijg steeds meer oor voor alle geluiden om me heen.

Een groep meesjes hupt door de hazelaar. Het zijn koolmezen, pimpelmezen en staartmezen. De hazelaar hangt vol met gele trosjes, die glimmen in de zon.
De mezen pikken hier en daar in de takken en de mannelijke katjes en maken veel verschillende geluidjes.  In de winter zie je ze zo vaak. Vrolijk samen door de struiken vliegend.

De wind steekt op en waait door de kale populieren, begroeid met groene klimop.

De droge blaadjes die nog aan de bomen en de struiken zitten, ritselen.
Tussen de bramen scharrelt een bruine merel door de dorre blaadjes.
In de lucht zie ik vier eksters achter elkaar aan jagen door de bomen. Ze lijken in paartjes rond te vliegen. Een groep kauwtjes vliegt af en aan. Even verder probeert een ekster een tak mee te nemen.DSC05651_roodborst
Dichtbij, hoor ik ineens het duidelijke heldere geluid van een roodborst. Hij zit 5 meter bij me vandaan en zingt uit volle borst.
In de verte, links van mij, gakken ganzen. Het zijn de opgehokte ganzen van de kinderboerderij.

En ik hoor nijlganzen. Ze vliegen met veel kabaal rond.
Ze landen na een tijdje rechts van mij, op een tak hoog in de met klimop begroeide populier. Ik zie duidelijk de lange poten. Ze hebben het hoogste woord.
Even later poetst de nijlgans de veren.DSC05635_nijlgans_populier kopie

Achter me trommelt een specht.
Even kijken. De specht heeft een rood onderlijf en de  kop is wit. Het is een vrouwtje.
Op de borst zijn de veren opgezet. Fluffy.
Ze spreidt de vleugels en lijkt de boom even te omarmen.
Hoog in de lucht zweeft een roofvogel. Een buizerd? Die zien ze hier vaker. Maar deze vogel mist de burgemeestersketting op zijn borst. Misschien is het een kiekendief?
Even later zie ik dezelfde roofvogel over de kinderboerderij vliegen. Nu zijn het er twee.
Een ooievaar zweeft ook over de kinderboerderij. De beide ooievaars beginnen te klepperen.

DSC05637 kopie

De nijlgans ligt ondertussen met de snavel tussen de veren, te dutten op de tak.
En de roodborst blijft onverstoorbaar zingen…
Ant